
Wet werk en bijstand
Artikel 48 Geldlening, borgtocht en bijstand in natura
1
Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.
2
Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:
a
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
b
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
c
de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;
d
het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.
3
Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
4
Het college verstrekt bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, vijfde lid, in natura, tenzij dit naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering van dat lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.